motivatie

Evenals zeer velen in ons land voelde ik mij van meet af aan verbonden met de staat Israël. Ook ik meende dat Israël, al vanaf de oprichting ervan in 1948, belaagd werd door Arabieren, in zijn voortbestaan bedreigd, en dat het onze plicht was dat land voluit te steunen.

In het begin van de jaren ’80, tijdens de Israëlische invasie in Libanon, kwam er twijfel. Toen verschenen er berichten over gruweldaden, bedreven door Libanese milities in twee Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon: Sabra en Shatila. Deze slachtingen vonden plaats in gebied dat onder controle stond van het Israëlische leger. Een Israëlische commissie van onderzoek velde later het oordeel dat de toenmalige minister Ariel Sharon als bevelhebber van de krijgsmacht daarvoor medeverantwoordelijk was. Sharon moest toen aftreden (maar werd later toch premier).

Pas in de jaren ’90 bracht een bezoek aan het Heilige Land mij in bezet Palestijns gebied. Daar vielen me de schellen van de ogen. Wat ik daar hoorde en zag, verbijsterde mij. Waarom was ik hieromtrent tot dan toe onwetend geweest?

Tussen 1977 en 1982 was ik minister-president van Nederland. In die periode heb ik mij nooit met Israël/Palestina ingelaten, behalve dan toen ik met de oorlogsmisdaden in de Palestijnse kampen te maken kreeg. Maar nadien heb ik mij opnieuw lange tijd niet om de Palestijnen bekommerd. Waarom niet? Verblind bleef ik en sprakeloos over wat het Joodse volk in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Lange tijd in de waan dat Israël, een enkele misstap daargelaten, geen zware vergrijpen tegen het internationale recht zou kunnen begaan. Ik heb dus gefaald. Wat Israël doet, zo dacht ik met velen in Nederland, moet welgedaan zijn of minstens vergeeflijk.

De werkelijkheid is helaas anders. Voor honderdduizenden Palestijnen is de vorming van de staat Israël een ramp geworden, al zestig jaar geleden. Wat zij toen nog aan eigen gebied overhielden is door Israël veertig jaar geleden bezet en sindsdien bezet gehouden. Die bezetting is hardvochtig en in menig opzicht strijdig met het internationale recht. Bovendien worden grote delen van de bezette gebieden gaandeweg door de bezetter geannexeerd. Het Palestijnse volk betaalt aldus de prijs voor de onzegbare verschrikkingen van de Holocaust, hoewel die in Europa heeft plaatsgevonden en de Palestijnen er part noch deel aan hebben gehad. Dat is onrecht in de hoogste graad.

Om twee redenen ben ik aan deze website begonnen. Allereerst om uiting te geven aan mijn verontwaardiging over het gebrek aan politieke wil, ook in Nederland, om op te komen voor het internationale recht, het beschermen van mensenrechten daaronder begrepen, in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Wij blijven toekijken hoe het Palestijnse volk wordt vertrapt en helpen de bezetter zelfs, in het kader van de Europese Unie, veelal in het voetspoor van Washington.

Ten tweede wil ik met deze website antwoord geven op de kwalijke bejegening die personen en organisaties in ons land niet zelden te verduren krijgen wanneer zij hun stem tegen dit onrecht verheffen. Wie in het openbaar hierover spreekt of schrijft wordt vaak zwart gemaakt, zelfs van antisemitisme beticht. Besmeur de boodschappers, zo luidt het consigne blijkbaar, want de argumentatie van de boodschap zelf is onweerlegbaar. Dikwijls zijn mijn woorden verdraaid en mijn bedoelingen opzettelijk miskend. Op deze website kunt u lezen wat ik werkelijk heb gezegd en geschreven.

Tot besluit nog dit. Een diepe bewondering heb ik niet alleen voor de Palestijnse en internationale vredesactivisten, maar vooral ook voor die Israëli’s die zich heldhaftig blijven inspannen voor een rechtvaardige vrede. En voor de Nederlandse vredesactivisten, waaronder veel Joodse Nederlanders. Vooral zij zijn het die mij inspireren. Via de pagina links kunt u hun websites bezoeken.