achtergrond

Palestina heeft eeuwenlang deel uitgemaakt van het Ottomaanse rijk. Toen dit rijk na de Eerste Wereldoorlog ineenstortte, maakten Europese mogendheden zich van de brokstukken ervan meester. De destijdse Volkenbond, voorloper van de Verenigde Naties, gaf Palestina in beheer (mandaat) aan Groot-Brittannië. In die tijd, omtrent 1920, bestond de bevolking van Palestina nog voor ongeveer 90% uit Palestijnen.

In de jaren tussen de beide wereldoorlogen trokken veel Joodse migranten naar Palestina. Kwalijke uitingen van antisemitisme in Europa stimuleerden die emigratie en de zionistische beweging maakte er krachtig propaganda voor. De gruwelijke Jodenvervolging die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog voordeed bracht in de jaren veertig een uittocht uit Europa teweeg. Zo kwam de verhouding tussen de inheemse Palestijnse bevolking en de immigrerende Joden steeds meer onder druk te staan. De Britse beheerder werd de grond toen al gauw te heet onder de voeten.

In 1947 werd het de Britten te gortig. Ze wierpen het probleem Palestina in de schoot van de Verenigde Naties (VN). Wat moesten die ermee aan? De VN kwamen met een verdelingsplan voor Palestina. Er zouden naast elkaar een staat voor de Joden en een staat voor de inheemse Palestijnen moeten komen. Volgens dat plan zouden de Joden 55% van Palestina krijgen, de Palestijnen 42% (de rest, omvattende Jeruzalem, zou onder internationaal beheer worden gesteld). Dit was een onrechtvaardige verdeling, want de bevolking van het gebied bestond toen voor 30% uit Joden en voor 70% uit Palestijnen. Bovendien bezaten de Joden in 1947 slechts 7% van het land. Geen wonder dan ook dat niet alleen de Palestijnen, maar ook de Arabieren in de aangrenzende landen deze aanbeveling van de VN verwierpen.

Toen op 14 mei 1948 David Ben-Gurion de staat Israël uitriep, brak oorlog uit met de Arabieren. Tijdens die oorlog veroverde het leger van Israël veel land dat in het VN plan was toegewezen aan de Palestijnen. In 1949 was de staat Israël al meester over 78% van het voormalige mandaatgebied Palestina.

Maar al in april 1948, dus reeds vóór de uitroeping van de staat Israël, waren zionistische milities begonnen met het veroveren van land en het verdrijven van Palestijnen. Bij het einde van de oorlog waren circa 750.000 Palestijnen verjaagd of gevlucht. Om te voorkomen dat zij zouden terugkeren naar huis en haard, hebben Israëlische strijdgroepen honderden Palestijnse dorpen verwoest.

In 1967 veroverde Israël de rest van Palestina (22%). Toen begon de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westoever van de Jordaan en Gaza. Ten gevolge van deze verovering hebben weer honderdduizenden Palestijnen de wijk genomen. Zij vormen nu de grootste vluchtelingenpopulatie ter wereld. VN-resoluties hebben in ondubbelzinnige bewoordingen geproclameerd dat verdreven en gevluchte Palestijnen (1948-1949 en 1967) het recht hebben terug te keren. Israël schuift deze uitspraken terzijde.

Dat Israël lak heeft aan het internationale recht, blijkt ook uit het kolonisatiebeleid. In de bezette gebieden hebben zich al meer dan 450.000 Israëliërs metterwoon gevestigd. Een netwerk van wegen is intussen aangelegd om nederzettingen te verbinden met elkaar en met het grondgebied van Israël. Die wegen zijn alleen toegankelijk voor de kolonisten en voor het bezettingsleger, Palestijnen mogen er niet komen. Zo is de Westoever van de Jordaan verscheurd tot een aantal brokstukken.

Op de aldus verbrokkelde Westoever kan geen levensvatbare Palestijnse staat meer worden gevestigd en dat is blijkbaar de bedoeling van dit kolonisatiebeleid. Het planten van nederzettingen, bewoond door burgers van de bezettende staat, is vierkant in strijd met het internationale recht. Oost-Jeruzalem, in sociaal, economisch en cultureel opzicht het hart van de Palestijnse natie, is door Israël bij wet ingelijfd. Deze annexatie wordt door geen enkele staat ter wereld erkend.

Zeer opmerkelijk is het dat deze kolonisatie volop doorging tijdens de Oslo-vredesbesprekingen in de jaren 1993 tot 2000. Hoewel deze besprekingen gebaseerd waren op de formule “land voor vrede”, werden de nederzettingen juist in die periode in omvang en inwonertal verdubbeld! Vooral hierdoor strandde het vredesproces in 2000.

In 2003 is Israël begonnen met het bouwen van een enorme barrière, meestal de Muur genoemd. De oprichting hiervan, merendeels op bezet gebied en ten dele zelfs ver daarbinnen, is - alweer - een flagrante schending van het internationale recht. Het Internationale Hof van Justitie, ’s werelds hoogste rechter, heeft (op 9 juli 2004) uitgesproken dat Israël dadelijk moet ophouden met het bouwen van die Muur en moet afbreken wat er al staat. Het Hof stelde vast dat Israël wel een barrière mag bouwen op eigen territoir of op de grens met bezet Palestijns land maar niet op bezet gebied. Bovendien verklaarde het Hof de nederzettingen illegaal. Israël heeft zich van deze uitspraak niets aangetrokken. De bouw van de Muur gaat verder, tot op de dag van vandaag.

Het is nog erger. Het bezettingsleger heeft op tal van plaatsen (meer dan 500) wegen geblokkeerd door barricades en controleposten neergezet die de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bewoners ernstig beperken. Daarbij komt dat voor verplaatsingen binnen het bezette gebied veelal speciale pasjes nodig zijn (die vaak moeilijk verkrijgbaar zijn). Zo wordt het familiebezoek belemmerd, ook het reizen naar school, ziekenhuis of werk en het vervoeren van oogst naar een markt. De samenleving raakt aldus ontwricht en wat er nog van een Palestijnse economie over is sterft af. Schrikbarende werkloosheid en armoede zijn het gevolg.

En de zelfmoordaanslagen dan? Mogen de Israëliërs zich daartegen niet door barrières en barricades beveiligen? Jawel, want deze aanslagen zijn illegaal, zelfs verfoeilijk.

Bij het nemen van maatregelen moet de Israëlische regering wel binnen de kaders van het internationaal recht blijven. Maar dat gebeurt niet. Het Israëlische leger, een van de sterkste ter wereld, maakt door bombardementen en beschietingen grote aantallen slachtoffers onder de Palestijnse burgerbevolking. Helaas hoor je hierover nauwelijks.

Twee andere kanttekeningen moeten worden gemaakt. De zelfmoordaanslagen zijn pas in de jaren ’90 begonnen. Pas nadat de bezetting al ruim een kwart eeuw had voortgeduurd, zonder dat er enig uitzicht kwam op herstel van vrijheid en recht in een eigen Palestijnse staat. De dadelijke aanleiding hiertoe was een vreselijk incident in Hebron, in 1994. Een Joodse extremist rende daar een moskee binnen en doodde met een vuurwapen 29 in gebed neergeknielde Palestijnen.

Bovendien: van Israëlische zijde worden alle Palestijnse gewelddaden gebrandmerkt als dadenvan terreur, zelfs dan wanneer zij gericht zijn tegen het bezettingsleger. Het internationale recht veroorlooft echter ieder volk onder bezetting zich daartegen te verweren, ook met geweld.

Alleen de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat kan een rechtvaardige en daarom duurzame vrede brengen in dit geteisterde land. Amerika is bij machte dit te bewerkstelligen. Maar ook Europa kan hiertoe een krachtige impuls geven. Helaas laat de EU haar mogelijkheden tot effectief optreden onbenut, het blijft bij het uiten van vermaningen. Als lid van deze falende EU is Nederland mede verantwoordelijk voor het voortduren van onrecht en ten hemel schreiende ellende in Palestina.

Wat indien de staat Israël uiteindelijk niet bereid blijkt, noch kan worden gedwongen, Oost-Jeruzalem en de hele Jordaanoever alsnog te ontruimen voor de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat? Dan blijft er geen andere mogelijkheid over dan het voormalige mandaatgebied Palestina om te vormen tot één staat, waarin Joden en Palestijnen samen wonen op voet van gelijkheid. Zuid-Afrika kan hierbij tot voorbeeld dienen.

Mocht u meer over de achtergrond van het Israëlisch-Palestijnse conflict willen weten, dan kan ik u de boeken op de pagina leestips of een bezoek aan de website If Americans Knew (met een historisch overzicht van Jews for Justice in the Middle East) aanbevelen.