chronologie

Onderstaande chronologie van het Israëlisch-Palestijnse conflict is beschikbaar gesteld door 
Hans Kuitert en Mouin Rabbani, auteurs van het boek Palestina. Land zonder vrede.

1896 De Oostenrijkse journalist Theodor Herzl, de grondlegger van het politieke zionisme, publiceert Der Judenstaat, waarin hij de stichting van een joodse nationale staat bepleit. 
  
1897 Het Eerste Zionistische Congres in Basel besluit te ijveren voor een joodse nationaal tehuis in Palestina, destijds een onderdeel van het Ottomaanse Rijk.
 
1914-18 Eerste Wereldoorlog.
 
1917
(2 nov.)
Britse strijdkrachten krijgen de controle over Palestina. Op 2 november geeft Groot-Brittannië de Balfour-Verklaring uit die steun toezegt voor de vestiging van een ‘Joods Nationaal tehuis’ in Palestina.
 
1922

 

Groot-Brittannië draagt het Mandaat voor Palestina over aan de VN. De Balfour-Verklaring wordt in de voorwaarden van het Mandaat opgenomen.
 
1936-39 In Palestina vindt de Arabische Opstand plaats, die vooral tegen de Britten gericht is. De opstand eindigt in 1939.
 
1939-45 Tweede Wereldoorlog. Nazi-Duitsland vermoordt zes miljoen joden.
In Palestina voeren revisionistische zionisten een geweldscampagne tegen de Britten.
 
1947
(april)
Groot-Brittannië geeft het Mandaat over Palestina terug aan de VN.
 
1947
(29 nov.)
De Algemene Vergadering van de VN beveelt met Resolutie 181 aan Palestina op te delen: een joodse staat op 55 procent, een Arabische op 42 procent en een internationale zone rondom Jeruzalem. De zionisten aanvaarden het plan. De Palestijnen en Arabische staten verwerpen het. De strijd om Palestina barst los.
 
1948
(april)
De zionistische legers beginnen een veroveringstocht om zoveel mogelijk land te bezetten voordat het Mandaat afloopt. Dit gaat gepaard met het verdrijven van honderdduizenden Palestijnen en duizenden doden.
 
1948
(mei)
Meteen na het beëindigen van het Mandaat roepen de zionisten de staat Israël uit. De volgende dag vallen Arabische legers aan. Een militair superieur Israël verslaat de Arabische legers.
 
1948
(11 dec.)
De Algemene Vergadering van de VN bepaalt in Resolutie 194 dat de Palestijnse vluchtelingen mogen terugkeren. Ook wordt compensatie verlangd voor schade aan of verlies van bezittingen.
 
1949 Wapenstilstand. Israël behoudt controle over 78 procent van het vroegere mandaatgebied. Jordanië controleert 21,5 procent (de Westoever en Oost-Jeruzalem) en annexeert dat gebied in 1950. Egypte verkrijgt controle over 1,5 procent (de Gazastrook). Ongeveer 780.000 Palestijnen (64 procent van de totale Palestijnse bevolking en ongeveer 90 procent van de Palestijnen op Israëlisch grondgebied) raken ontheemd. Van de 476 Palestijnse dorpen worden 418 ontvolkt. 385 dorpen worden met de grond gelijk gemaakt.
 
1956 Tijdens de Suezcrisis valt Israël, samen met Frankrijk en Groot-Brittannië, Egypte aan en bezet de Sinai en de Gazastrook. Israël wordt in 1957 gedwongen om zich terug te trekken.
 
1964
De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO wordt door de Arabische Liga opgericht.
 
1967
(juni)
Israël begint de ‘Zesdaagse Oorlog’ en verovert de Westoever, Oost-Jeruzalem, de Gazastrook, de Sinai, de Golanhoogte en twee Saoedische eilandjes. Tussen juni en december 1967 verdrijft Israël ongeveer 300.000 Palestijnen.
 
1967
(27 juni)
Het Israëlische parlement annexeert Oost-Jeruzalem en breidt de grenzen van de stad sterk uit. De Veiligheidsraad bepaalt in Resolutie 252 dat de annexatie ‘ongeldig’ is.
 
1967
(26 juli)
Yigal Allon lanceert een plan, bedoeld om strategische delen van de bezette gebieden voor Israël te behouden door een combinatie van kolonisatie en territoriale versplintering. Het Allon-Plan is sindsdien de basis voor alle Israëlische activiteiten in de bezette gebieden
 
1967
(nov.)
De Veiligheidsraad neemt Resolutie 242 aan die Israël oproept de bezette gebieden te verlaten.
 
1967-70 Fatah en andere Palestijnse organisaties beginnen vanaf Jordaans grondgebied een guerilla tegen Israël. In 1968 grijpen deze facties de controle over de PLO. In februari 1969 wordt Fatah-leider Yasser Arafat gekozen tot voorzitter van het Uitvoerend Comité. De PLO-facties voeren tal van ‘internationale operaties’ uit, voornamelijk vliegtuigkapingen. In 1970 verdrijft Jordanië de PLO, die vervolgens uitwijkt naar Libanon.
 
1973
Egypte en Syrië lanceren de  "Yom Kipuroorlog", maar slagen er niet in de bezette gebieden te heroveren. De oorlog leidt tot diplomatieke pogingen om een Arabisch-Israëlische vrede te bereiken.
 
1974 De VN erkennen de PLO als enige wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk.
 
1975 Het begin van de Libanese burgeroorlog, waarin de PLO een belangrijke rol speelt.
 
1977
(mei)
Likud-leider Menachem Begin wordt gekozen tot premier van Israël. Begin versnelt de kolonialisatie van de bezette gebieden.
 
1977
(nov.)
De Egyptische president Anwar Sadat bezoekt als eerste Arabische leider Israël. Zijn bezoek is het startsein voor onderhandeling die in 1979 leiden tot een Israëlisch-Egyptisch vredeakkoord.
 
1982 Israëlische invasie in Libanon, uitmondend in de bloedbaden in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla, waarbij duizenden mensen worden gedood. De PLO wordt gedwongen Beiroet te verlaten. Arafat wijkt uit naar Tunis.
 
1987 De intifada (Palestijnse volksopstand) breekt uit.
 
1988 (feb.) De Islamitische verzetsbeweging Hamas wordt opgericht.
 
1988 (nov.)

De Palestine National Council (PNC), het wetgevende orgaan van de PLO, roept de Staat Palestina uit. Palestina wordt al snel door circa honderd staten erkend. In samenhang met het uitroepen van de onafhankelijkheid maakt Arafat bekend een oplossing van het Israelisch-Palestijnse conflict op basis van VN-resoluties 242 en 338 na te streven en erkent Israel daarmee de facto.

1990 Irak valt Koeweit binnen.
 
1991
Na de eerste Golfoorlog brengt de vredesconferentie van Madrid voor het eerst Israëlische en Palestijnse onderhandelaars bijelkaar. 
 
1993 Geheime onderhandelingen tussen Israël en de PLO resulteren in Oslo in een overeenkomst over beperkte autonomie voor de Palestijnen en het voornemen het conflict binnen vijf jaar op te lossen. De intifada eindigt. 
 
1994 De Palestijnse Autoriteit wordt gevestigd in ongeveer zestig procent van de Gazastrook en in Jericho. De joodse nederzettingen groeien extra hard. 
 
1995
(sept.)
Met het ‘Oslo II Akkord’ krijgt de Palestijnse Autoriteit volledige controle over drie procent van de Westoever en gedeeltelijke zeggenschap over 27 procent. Israël houdt de macht in de resterende 70 procent.
 
1995
(4 nov.)
Israëls premier Yitzhak Rabin wordt vermoord door een joodse extremist.
 
1996
(29 mei)
Na een golf van zelfmoordaanslagen door Hamas, in reactie op de liquidatie van een van haar leiders, weet Likud-leider Benyamin Netanyahu de verkiezingen te winnen.
 
1996
(sept.)
Er vinden bloedige botsingen plaats nadat Israël een tunnel langs de Haram al-Sharif heeft geopend. Er sterven 65 Palestijnen en 15 Israëli’s.
 
1997 Het Hebron Protocol verdeelt Hebron in twee zones. Israël houdt het historische centrum van de stad in handen. Ondanks protesten begint Israël met de bouw van een nieuwe nederzetting, Har Homa, ten zuidoosten van Jeruzalem.
 
1998 De Wye River overeenkomst, die maar ten dele wordt uitgevoerd. De Palestijnse Autoriteit blijft steken op (volledige) controle van 15 procent van de Westoever.
 
1999
(4 mei)
De beoogde einddatum van de Oslo-overeenkomst wordt niet gehaald. Onderhandelingen over een definitieve oplossing moeten nog beginnen.
 
1999
(7 mei)
Ehud Barak wordt gekozen tot premier van Israël. Hij weigert de Wye River overeenkomst verder uit te voeren.
 
1999
(4 sept.)
In Sharm al-Sheik wordt een overeenkomst getekend voor verdere Israëlische troepenterugtrekking. Ook dit akkoord wordt door Barak niet uitgevoerd.
 
2000
(juli)
De poging in Camp David van Ehud Barak en Yasser Arafat om met steun van de Amerikaanse president Clinton tot een definitieve vredesregeling te komen, mislukt.
 
2000
(28 sept.)
Om de Israëlische soevereiniteit over Jeruzalem te bevestigen bezoekt Likud-leider Ariel Sharon met ongeveer 1000 soldaten en politieagenten de Haram al-Sharif.
 
2000
(29 sept.)
Bij rellen bij de Haram al-Sharif worden vier Palestijnen gedood. De Al-Aqsa intifada begint. 
 
2001
(jan.)
Op voorstel van Clinton wordt in Taba een poging ondernomen om het conflict alsnog op te lossen. Ook deze poging mislukt.
 
2001
(6 feb.)
Likud-leider Ariel Sharon wordt tot premier van Israël gekozen. Hij vormt een coalitie met onder meer de Arbeiderspartij. Het geweld verhevigt met nieuwe zelfmoordaanslagen, Israëlische invasies en de belegering van Palestijnse steden.
 
2001
(11 sept.)
Al-Qaeda pleegt aanslagen in New York en Washington.
 
2001 (dec.) Israël begint met de belegering van Arafats hoofdkwartier in Ramallah.
 
2002
(maart)
Na een Palestijnse zelfmoordaanslag in Netanya, waarbij 29 doden vallen, trekt het Israëlische leger de Westoever binnen en herbezet Palestijnse steden. 
 
2002
(juli)
De Amerikaanse president Bush eist vervanging van het Palestijnse leiderschap. Tegelijkertijd pleit hij voor de oprichting van een Palestijnse staat. Israël begint op de Westoever met de bouw van een ‘scheidingsmuur’. 
 
2002
(sept.)
Israël verwoest systematisch alle gebouwen rond het hoofdgebouw van Arafats hoofdkwartier in Ramallah.
 
2003
(28 jan.)
Sharon wordt herkozen tot premier van Israël . Hij vormt een coalitie met rechtse en extreemrechtse partijen. 
 
2003 (maart) De VS en Groot-Brittannië vallen Irak binnen.
 
2003
(mei)
Het Kwartet (VS, EU, Rusland, VN) presenteert de Routekaart naar Vrede met als doel een oplossing van het conflict in 2005.
 
2003
(juni)
Palestijnse militante bewegingen kondigen een eenzijdig bestand aan. Israël voelt zich er niet aan gebonden.
 
2003
(aug-sept)
Na de eliminatie van een politiek leider van Hamas heffen de militante bewegingen een wapenstilstand op. 
 
2004 Israël liquideert de stichter van Hamas, Sheikh Ahmad Yasin. Veertig dagen later wordt zijn opvolger Abdel-Aziz Rantisi geliquideerd.
 
2004 (nov.) De Palestijnse leider Yasser Arafat overlijdt.
 
2005
(jan.)
Palestijnse presidentsverkiezingen. Hamas stelt geen kandidaat. Fatah-kopstuk Marwan Barghouti, in een gevangenis in Israël, trekt zijn kandidatuur onder grote druk in. Abbas wordt gekozen tot nieuwe president van de Palestijnse Autoriteit.
 
2005
(maart)
Hamas en Fatah sluiten het Cairo-akkoord, waarmee een staakt-het-vuren wordt afgekondigd en nieuwe parlemantaire verkiezingen worden uitgeroepen.
 
2005
(aug.)
Israël ontmantelt de nederzettingen in de Gazastrook en trekt haar troepen uit dat gebied terug. Israël weigert om met de Palestijnen over de terugtrekking te onderhandelen en stelt een blokkade van de Gazastrook in.
 
2006
(jan.)
Palestijnse parlementsverkiezingen. Hamas wint een absolute meerderheid van de zetels. Internationale waarnemers concluderen dat de verkiezingen vrij en democratisch zijn verlopen.
 
2006 Na het mislukken van onderhandelingen over een coalitieregering met Fatah vormt Hamas de regering. Het Kwartet (VS, EU, Rusland, VN) begint een boycot van de Palestijnse Autoriteit. Het Kwartet eist dat de Hamas-regering het geweld afzweert, Israël erkent en bestaande overeenkomsten respecteert. Hamas weigert.
 
2006
(juni)
Na diverse Israëlische militaire acties en liquidaties, waarbij veel slachtoffers vallen, voert Hamas aan de grens tussen de Gazastrook en Israël een actie uit. Hierbij wordt een Israëlische soldaat gevangengenomen. Bij Israëlische aanvallen op Gaza vallen veel doden, voornamelijk onder burgers. Op de Westoever arresteert Israël veel parlementsleden van Hamas.
 
2007
(feb.)
Na toenemende spanningen tussen Fatah en Hamas, waarbij tientallen doden vallen, sluiten de partijen in Mekka een akkoord om een regering nationale eenheid te vormen. In april komt deze regering tot stand. De internationale boycot en blokkade van de Gazastrook duren intussen voort.
 
2007
(juni)
Na bloedige gevechten met Fatah grijpt Hamas in de Gazastrook de macht. Abbas beschuldigt Hamas van een staatsgreep, ontslaat de Hamas-regering en regeert per decreet, onder andere door benoeming van een nieuwe regering die wordt geleid door Salem Fayyad. Hamas stelt dat het juist een staatsgreep van Fatah, gesteund door de VS, heeft afgewend.
 
2007
(nov.)
Bush organiseert een conferentie in Annapolis met als doel Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen, die voor het einde van Bush’ ambstermijn leiden tot een vredesovereenkomst.
 
2007
(dec.)

Er vindt een internationale conferentie in Parijs plaats om donorgelden voor Abbas en Fayyad in te zamelen. Net als in Annapolis wordt gepoogd om de regering in Ramallah te versterken en die in Gaza te verzwakken.

2008 De Palestijnse Autoriteit in Ramallah boekt enige vooruitgang bij het verbeteren van de veiligheidssituatie en de economische situatie op de Westoever. Ook is steeds meer samenwerking met het Israëlische leger bij arrestaties van Hamas-leden op de Westoever. Op politiek vlak is er geen vooruitgang. De uitbreiding van nederzettingen gaat door.
 
2008
(juni)
Na Egyptische bemiddeling sluiten Israël en Hamas voor zes maanden een bestand. Volgens het akkoord zou Israël geleidelijk de blokkade opheffen. Dat gebeurt echter niet.
 
2008
(nov.)
Israël voert een aanval in de Gazastrook uit, waarbij zes Palestijnen gedood worden. Hamas reageert op de aanval met beschietingen op steden in zuid-Israël. Het geweld tussen Israël en Hamas verhevigt.
 
2008
(dec.)
Israël begint met een grootschalige aanval tegen de Gazastrook, die 22 dagen duurt. Meer dan 1.300 Palestijnen, merendeels burgers, en 13 Israëli’s worden gedood. Israël wordt van oorlogsmisdaden beschuldigd.
 
2009
(jan.)
Israël en Hamas kondigen afzonderlijk een staakt-het-vuren af. De blokkade van de Gazastrook wordt door Israël voortgezet.
Obama wordt president. Hij wijst George Mitchell als gezant voor het Midden-Oosten aan.
 
2009
(feb.)
Onder bemiddeling van Egypte beginnen Hamas en Fatah nieuwe besprekingen om het interne conflict op te lossen.
Parlementsverkiezingen in Israël.
 
2009
(maart)
Netanyahu wordt premier van Israël. Hij vormt een regering met rechts-extremisten en de Arbeiderspartij.
 
2009
(mei)
In Qalqilya vallen bij confrontaties tussen de Palestijnse Autoriteit en Hamas meerdere doden.
 
2009
(juni)
Obama eist van Israël een volledige bevriezing van de nederzettingen en steun voor de oprichting van een Palestijnse staat. Netanyahu weigert de nederzettingen te bevriezen en verbindt aan de oprichting van een Palestijnse staat onrealistische voorwaarden.