internationaal recht

Tot het internationaal publiekrecht (hier verder te noemen ‘internationaal recht’) behoren het humanitaire oorlogsrecht en de mensenrechten. Het humanitaire oorlogsrecht is vanaf 1864 ontwikkeld. De mensenrechten zijn pas vanaf 1945 vastgelegd. Beide rechtsgebieden hebben een intensieve ontwikkeling doorgemaakt als gevolg van de excessen die tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden, met als inzet dat die zich nooit meer zullen herhalen.

Humanitair oorlogsrecht
Terwijl de mensenrechten zowel in vredes- als oorlogstijd gelden, is het humanitaire oorlogsrecht alleen van toepassing tijdens gewapende conflicten. Bij het humanitaire oorlogsrecht zijn vooral twee verdragen van belang: het Vierde Haagse Verdrag van 1907 en de Vierde Conventie van Genève van 1949. Het Vierde Haagse Verdrag heeft betrekking op de wijze van oorlogvoering, de Vierde Conventie van Genève op de bescherming van burgers tijdens oorlog en bezetting.

Er is internationale consensus dat beide rechtsbronnen van toepassing zijn op de bezette Palestijnse gebieden: het Vierde Haagse Verdrag omdat Israël effectieve militaire en administratie controle over de Palestijnse gebieden uitoefent, de Vierde Conventie van Genève omdat Israël feitelijk de functies van een regering in deze gebieden uitoefent.

Hoewel deze verdragen van toepassing zijn, schort het ernstig aan de toepassing ervan.

Het Vierde Haagse Verdrag verbiedt een bezettende mogendheid om permanente veranderingen aan te brengen in bezet gebied, tenzij deze militair noodzakelijk zijn (in de enge zin van het woord) of worden aangebracht in het belang van de lokale bevolking die onder bezetting leeft. De nederzettingen die Israël vanaf 1967 op grote schaal in de Palestijnse gebieden heeft gebouwd, zijn echter een permanente verandering die militair niet noodzakelijk is en die niet in het belang is van de lokale Palestijnse bevolking.

De Vierde Conventie van Genève verbiedt een bezettende mogendheid om delen van zijn eigen burgerbevolking over te brengen naar bezet gebied (artikel 49). De vestiging van honderdduizenden Israëlische kolonisten in de bezette gebieden, gestimuleerd en gesubsidieerd door opeenvolgende Israëlische regeringen, is onmiskenbaar een ernstige schending van deze conventie.

Deze schendingen vergrijpen zich aan het basisprincipe van het humanitaire oorlogsrecht: dat militaire bezetting van tijdelijke aard dient te zijn.

Van wezenlijk belang zijn in het humanitaire oorlogsrecht voorts de principes van ‘onderscheid’ en ‘proportionaliteit’: burgers mogen nooit het doelwit van aanvallen zijn en schade die wordt toegebracht moet in verhouding staan tot het militaire voordeel dat ermee wordt behaald. Ook deze principes zijn en worden stelselmatig door Israël geschonden, met catastrofale gevolgen voor het welzijn van de Palestijnse burgerbevolking.

Voor het welzijn van de Palestijnse burgers is Israël als bezettende mogendheid verantwoordelijk, aangezien de Palestijnen – vanwege de bezetting – vitale overheidstaken niet zelf kunnen vervullen.

Op 9 juli 2004 heeft het Internationaal Gerechtshof in Den Haag verklaard dat de bouw van de Muur door Israël op bezet Palestijns gebied in strijd is met het humanitaire oorlogsrecht. Het Hof heeft uitgesproken dat Israël verplicht is deze schending van het recht dadelijk te beëindigen en dadelijk af te breken wat er op bezet gebied gebouwd is. Bovendien is Israël verplicht alle schade te vergoeden die door de wederrechtelijke bouw al aan Palestijnen is toegebracht. Ook heeft het Hof gesteld dat staten geen hulp of bijstand mogen verlenen aan deze onwettige bouw. Voorts dat alle staten die partij zijn bij de Vierde Conventie van Genève ervoor moeten zorgen dat Israël de uitspraak naleeft. Aangezien ook Nederland verdragspartij is bij deze Conventie, is deze aanzegging door het Hof ook tot Nederland gericht.

Op de website van het Internationaal Gerechtshof kunt u de uitspraak nalezen.

Op 20 juli 2004 bekrachtigde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de uitspraak van het Hof. Alle EU-lidstaten, inclusief Nederland, stemden toen voor de bijbehorende resolutie ES-10/15.

Lees meer over het humanitaire oorlogsrecht op de website van het Internationale Rode Kruis, dat toeziet op de naleving van dit rechtsgebied.

Mensenrechten
Behalve aan schendingen van het humanitaire oorlogsrecht maakt Israël zich al gedurende decennia schuldig aan schendingen van de mensenrechten van de Palestijnen, zoals verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze verklaring is uitgewerkt in twee internationale verdragen, die in 1966 zijn vastgesteld: het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. Kenmerkend voor de mensenrechten is dat deze universeel en ondeelbaar zijn: alle mensenrechten zijn van toepassing op alle mensen.

De hierboven genoemde Muur is een hoofdoorzaak van de mensenrechtenschendingen. Een andere belangrijke oorzaak is het Israëlische nederzettingenbeleid. Dit beleid leidt onder meer tot schendingen van de volgende rechten (bron: Land Grab. Israel’s settlement policy in the Westbank, B’Tselem, mei 2002):

Het recht op eigendom: Israël is in 1979 begonnen zich meester te maken van grote delen van die gebieden (inmiddels meer dan 40%), veelal door deze tot state land te verklaren. Palestijns land is op grote schaal in beslag genomen, zonder dat de Palestijnse eigenaren daarvan op de hoogte waren en in beroep konden gaan. Vooral in Oost-Jeruzalem heeft de stichting van nederzettingen geleid tot grootschalige onteigeningen van land dat Palestijns privé-bezit was.

Het recht op huisvesting en een adequate levensstandaard: het planningsysteem dat Israël in de bezette gebieden toepast, is discriminerend. Dit systeem kent vergunningen toe aan kolonisten voor de bouw en uitbreiding van nederzettingen en de aanleg van aparte wegen, terwijl veel Palestijnen geen vergunningen krijgen om op hun eigen land te bouwen. Huizen die zonder vergunning door Palestijnen worden gebouwd, worden door Israël vernietigd, ook als die gebouwd zijn op land dat Palestijns privé-bezit is. Daarnaast heeft Israël honderdduizenden bomen en grote stukken agrarisch land vernietigd, vaak onder het mom van veiligheid. Deze vernietigingen hebben meestal te maken met de belangen van nederzettingen.

Bewegingsvrijheid: na het begin van de Tweede Intifada (volksopstand) in de bezette gebieden in oktober 2000 heeft Israël de bewegingsvrijheid van de Palestijnse burgerbevolking drastisch beperkt. Anno 2007 zijn er honderden controleposten en wegversperringen in de bezette gebieden, die Palestijnse voetgangers en automobilisten ernstig hinderen. Bovendien worden de Palestijnen herhaaldelijk onderworpen aan uitgaansverboden. Deze (en andere) maatregelen hebben de Palestijnse economie verwoest. Ook belemmeren zij de toegang tot scholen en ziekenhuizen.

Het recht op vrije beschikking over natuurlijke hulpbronnen: het Israëlische nederzettingenbeleid maakt inbreuk op het recht van de Palestijnen om hun natuurlijke hulpbronnen zelf te beheren. Een voorbeeld. Er wonen slechts een paar duizend kolonisten in de bezette Jordaanvallei, terwijl bijna de gehele vallei tot state land is verklaard en dus niet beschikbaar is voor Palestijns gebruik. De Palestijnen kunnen dit uitgestrekte en vruchtbare gebied niet inzetten voor agrarische of industriële doeleinden. Bovendien hebben zij vrijwel geen toegang tot de waterbronnen in dit gebied.

Het recht op gelijkheid: met uitzondering van het geannexeerde Oost-Jeruzalem heeft Israël de status van de bezette Palestijnse gebieden niet formeel veranderd. In de praktijk is het Israëlische recht echter van toepassing op de kolonisten en nederzettingen. Zij zijn als het ware door Israël ingelijfd. Omdat de Palestijnen in hetzelfde gebied zijn onderworpen aan een apart rechtssysteem, is er sprake van een situatie van juridische scheiding en discriminatie die sterk doet denken aan Apartheid Zuid-Afrika: in één gebied bestaan twee gescheiden rechtssystemen, waarbij de nationaliteit van iemand bepaalt onder welk systeem hij of zij valt en welke zijn of haar rechten en plichten zijn.

Het recht op zelfbeschikking: de nederzettingen zijn een groot obstakel voor de realisatie van het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen, dat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is erkend. De naar schatting 200 nederzettingen in de bezette gebieden onderbreken de territoriale aaneengeslotenheid van de Palestijnse dorpen en steden. Mochten deze nederzettingen niet worden ontmanteld, is het ontstaan van een soevereine en levensvatbare Palestijnse staat uitgesloten.

Lees meer over Israëls mensenrechtenbeleid op de websites van onderstaande mensenrechtenorganisaties:

Adalah
Al Haq

Al Mezan Center For Human Rights
Arab Association for Human Rights
B'Tselem - The Israeli Center for Human Rights in the Occupied Territories
Defence for Children International Palestine Section
Israeli Committee Against House Demolitions
Palestinian Centre for Human Rights
Physicians for Human Rights - Israel
Public Committee Against Torture in Israel
The Association for Civil Rights in Israel