vraag & antwoord

Hieronder geef ik antwoord op een aantal belangrijke vragen.

Waarom treedt u in het krijt voor de Palestijnen?
Mijn pleidooi voor de Palestijnen komt uit twee beweegredenen voort. De ene is verontwaardiging over het voortgaande en mateloze onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, al zestig jaar lang. De andere is verbijstering over de omvang en de diepte van de nood en het leed waardoor het Palestijnse volk als gevolg van dat onrecht wordt getroffen.

Waaruit bestaat het onrecht waartegen u op komt?
Zestig jaar geleden, aan de vooravond van de uitroeping van de staat Israël, bestond de bevolking van het toenmalige Palestina nog voor 70% uit Palestijnen. Toch had de nieuwe staat zich al spoedig meester gemaakt van bijna 80% van het gebied. In 1967 veroverde en bezette Israël de resterende delen van het voormalige Palestina, ruim 20%. Deze bezetting duurt nu al meer dan veertig jaar. Tijdens de opeenvolgende veroveringen zijn bijna een miljoen Palestijnen van huis en haard verdreven of gevlucht. Tweederde van de nu levende Palestijnen is vluchteling. Niemand van hen mag naar Israël terugkeren.

Maar daarbij is het niet gebleven. Israël is al tientallen jaren bezig met het koloniseren van bezette gebieden. In Oost-Jeruzalem en op de Westoever van de Jordaan hebben zich intussen al 450.000 kolonisten gevestigd. De bezette Westoever is verbrokkeld geraakt in enclaves. Deze worden ook wel bantustans genoemd, onder verwijzing naar de thuislanden die het apartheidsbewind in Zuid-Afrika destijds had gefabriceerd. Het bezette Oost-Jeruzalem is door Israël bij wet geannexeerd.

En nog is hiermee niet het hele verhaal verteld. Het bezettingsleger heeft op tal van plaatsen (meer dan 500) wegen geblokkeerd en controleposten neergezet die de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bewoners ernstig beperken. Daarbij komt nog dat voor verplaatsing binnen het bezette gebied veelal speciale pasjes nodig zijn (en die zijn vaak moeilijk verkrijgbaar). Zo wordt familiebezoek belemmerd, ook het reizen naar school, werk of ziekenhuis, ook het vervoeren van oogst naar een markt in een naburig dorp. De samenleving raakt aldus ontwricht en wat er nog van een Palestijnse economie over is sterft af. Schrikbarende werkloosheid en armoede zijn hiervan het gevolg.

Veertig jaar bezetting is eindeloos lang. Daarenboven gaat het om een heel hardvochtige bezetting. Woordvoerders van Israëlische organisaties voor vrede en eerbiediging van mensenrechten hebben herhaaldelijk gerapporteerd over de vernederingen, de onmenselijke behandeling, die Palestijnen bij de checkpoints dikwijls te verduren krijgen. De VN rapporteur Professor John Dugard, tot voor kort hoogleraar in Leiden, heeft in verscheidene rapporten de veelvuldige schendingen van mensenrechten door de bezetter, niet alleen bij checkpoints, aan de kaak gesteld.

En dan is er de Muur nog, de voor een groot deel uit beton opgetrokken scheidingsbarrière. Met de bouw daarvan is Israël in 2003 begonnen en die bouw gaat nog steeds door. Het tracé van deze barrière loopt niet over het grondgebied van Israël zelf of over de grenslijn tussen Israël en bezet gebied maar grotendeels over Palestijns land. Feitelijke annexatie van Palestijns land is hiervan het resultaat.

Handelt Israël hiermee in strijd met geldend internationaal recht?
Al in 1967 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) in een resolutie uitgesproken dat de staat Israël de in dat jaar bezette gebieden dient terug te geven aan de Palestijnen. In opeenvolgende VN resoluties is die aanzegging herhaald. Maar Israël trekt zich daarvan niets aan.

De kolonisatie van bezet gebied is in regelrechte strijd met het Vierde Verdrag van Genève inzake het humanitaire oorlogsrecht. Daarin is uitdrukkelijk bepaald dat een bezettende mogendheid geen nederzettingen voor eigen burgers mag planten in bezet gebied.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde Conventies verbieden het mishandelen, schofferen, tot verpaupering brengen van mensen, in bezet gebied of waar dan ook elders.

Over de Muur heeft het Internationale Hof van Justitie uitspraak gedaan in 2004. Dit Hof, de hoogste rechter ter wereld, oordeelde het bouwen van de Muur op bezet gebied onrechtmatig. Korte tijd later heeft de Algemene Vergadering van de VN zich met een overweldigende meerderheid van stemmen, ook die van de Nederlandse regering, achter dit oordeel geschaard. Israël laat zich hieraan niets gelegen liggen.

Heeft Israël bestaansrecht?
Ja, binnen de grenzen van 4 juni 1967 (de ‘Groene Lijn’). De VN hebben Israël als lidstaat aanvaard, op basis van voorwaarden die Israël overigens nooit heeft vervuld.

Israël heeft na 1948 nooit zijn grenzen vastgelegd. Integendeel, vanaf 1967 heeft Israël de bezette Palestijnse gebieden gekoloniseerd en deels (Oost-Jeruzalem) geannexeerd. Deze kolonisatie en annexatie is onrechtmatig: de bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, behoren niet tot Israël. Daar is internationaal consensus over. Binnen deze gebieden hebben de Palestijnen recht op zelfbeschikking.

Een ander probleem is dat Israël zichzelf als ‘Joodse staat’ definieert. Dat leidt tot achterstelling van de Palestijnse burgers van die staat (bijna een kwart van de bevolking van Israël). Israël is daarom geen volwaardige democratie. Om een volwaardige democratie te worden, dient Israël discriminerende regelingen af te schaffen.

Bent u wel evenwichtig bezig?
Mijn kritiek richt zich vooral op de staat Israël. Ik zie niet over het hoofd dat ook op het gedrag van Palestijnse leiders ernstige aanmerkingen te maken zijn. Maar het volksgezegde “waar twee vechten hebben twee schuld” is hier niet van toepassing. Daarin schuilt immers de suggestie dat beiden ongeveer evenveel schuld hebben aan het conflict. Dat gaat in dit geval zeker niet op.

Het is Israël dat honderdduizenden Palestijnen het land heeft uitgejaagd. Israël is de bezetter en houdt niet op Palestijnen te beroven van land. Bijna 10.000 Palestijnen, onder wie zelfs veel kinderen, zitten opgesloten in Israëlische gevangenissen, in tal van gevallen zonder dat er een aanklacht tegen hen wordt uitgebracht, laat staan een berechting volgt. Het omgekeerde doet zich niet voor. De enige Israëliër in Palestijnse gevangenschap is een ontvoerde militair.

Wie wordt er in zijn bestaan bedreigd? Het vooruitzicht op de vorming van een levensvatbare Palestijnse staat wordt met de dag somberder. Het kapen en tot flarden verscheuren van wat er nog over is aan (bezet) Palestijns land is nu zo ver gevorderd dat er voor een onafhankelijk Palestina al geen toekomst meer is.

En Israël? De Palestijnen worden door Israël in een ijzeren houdgreep gehouden. Ja, ook die in de Gazastrook, waarover later. Met de Arabische buurlanden Egypte en Jordanië heeft Israël vredesverdragen gesloten. Libanon is een hopeloos verdeeld land, Syrië is militair gesproken een dreumes naast Israël, Irak ligt in puin en bestaat eigenlijk niet meer.

Israël heeft de nucleaire bom en een van de sterkste krijgsmachten ter wereld. De Palestijnen hebben geen leger, geen tanks of kannonnen, geen vliegtuigen of gunships, geen onderzeeërs of andere marineschepen. Zij zijn totaal onmachtig het voortbestaan van Israël te bedreigen. Voeg hierbij het op zich zelf al beslissende gegeven dat de Verenigde Staten van Amerika (VS) de staat Israël steunen door dik en dun, met politieke pressie, met militaire leveranties en met grootscheepse financiële hulp.

En Iran? Dat land wordt ervan verdacht volop in de weer te zijn om zich toe te rusten met het atoomwapen. Rechtvaardigt dat dan niet wat Israël doet?

Het vermoeden dat Iran probeert zich te nucleariseren, is pas enkele jaren geleden gerezen. Toen was de bezetting al een aantal decennia aan de gang, evenals de kolonisatie van bezet gebied, de fragmentatie van dat gebied door militaire controleposten en wegversperringen, en zo verder. Tientallen jaren lang heeft Israël om zijn wederrechtelijk gedrag goed te praten zich in ieder geval niet kunnen beroepen op de mogelijke ontwikkeling van een atoomwapen door Iran.

En nu? Gesteld dat Iran een naderend gevaar voor Israël zou zijn, waarom zou Israël daartegen weerbaarder worden door Palestijns land bezet te houden? Veel aannemelijker is de redenering dat het juist die bezetting is – en al wat daar mee samengaat aan landroof en onderdrukking van een merendeels islamitische bevolking – die in de moslimwereld, waartoe Iran behoort, afkeer en haat oproept en gaande houdt.

Wat vindt u dan van de Palestijnse aanslagen tegen Israël?
Voorop stel ik dat de zelfmoordaanslagen verfoeilijk zijn, rechtens en moreel. Onbetwistbaar heeft de Israëlische regering het recht om haar burgers tegen deze aanslagen te beschermen.

Bij het nemen van maatregelen moet de Israëlische regering wel binnen de kaders van het internationaal recht blijven. Maar dat gebeurt niet. Het Israëlische leger, een van de sterkste ter wereld, maakt door bombardementen en beschietingen grote aantallen slachtoffers onder de Palestijnse burgerbevolking. Helaas hoor je hierover nauwelijks.

Twee andere kanttekeningen moeten worden gemaakt. De zelfmoordaanslagen zijn pas in de jaren ’90 begonnen. Pas nadat de bezetting al ruim een kwart eeuw had voortgeduurd, zonder dat er enig uitzicht kwam op herstel van vrijheid en recht in een eigen Palestijnse staat. De dadelijke aanleiding hiertoe was een vreselijk incident in Hebron, in 1994. Een Joodse extremist rende daar een moskee binnen en doodde met een vuurwapen 29 in gebed neergeknielde Palestijnen.

Bovendien: van Israëlische zijde worden alle Palestijnse gewelddaden gebrandmerkt als daden van terreur, zelfs dan wanneer zij gericht zijn tegen het bezettingsleger. Het internationale recht veroorlooft echter ieder volk onder bezetting zich daartegen te verweren, ook met geweld.

Waarom erkennen de Palestijnen het bestaansrecht van Israël niet?
Al in 1988 heeft de Palestinian Liberation Organisation (PLO) onder Arafat de bereidheid uitgesproken Israël te aanvaarden binnen de grenzen van 1967, uiteraard mits het restant van het voormalige Palestina wordt vrijgegeven voor een Palestijnse staat. Dat was een majeure concessie, de verreweg grootste concessie ooit door een van de partijen in het conflict gedaan. Arafat deed toen immers afstand van bijna 80% van Palestina. Wat hebben de Palestijnen hiervoor teruggekregen? Nul komma nul, helemaal niets. Nooit heeft Israël het recht van de Palestijnen op een eigen staat erkend. Voorts heeft premier Olmert evenals zijn voorganger bij herhaling verklaard dat Israël zeker niet zal terugkeren naar de grenzen van vóór juni 1967. Gelet op het feit dat Oost-Jeruzalem al bij Israël is ingelijfd, rijst nu de vraag wat er dan nog zal resteren voor de Palestijnen.

In augustus 2005 haalde premier Sharon de kolonisten weg uit de Gazastrook. Blijkt daaruit niet dat Israël uit is op vrede?
Om te beginnen had Israël nooit enige nederzetting in Gaza mogen bouwen. De ontruiming van de nederzettingen aldaar beëindigde, na ongeveer een kwart eeuw, een situatie die nooit had mogen ontstaan. Het aantal uit Gaza weggehaalde kolonisten bedroeg overigens nog geen 2% van het totale aantal kolonisten in de bezette gebieden.

Was deze operatie werkelijk een vredesgebaar? De toenmalige topadviseur van Sharon, Dov Weisglass, heeft in een (te?) openhartig interview verklaard dat het teruggeven van de Gazastrook aan de Palestijnen vooral bedoeld was om de Amerikanen ertoe te brengen in te stemmen met een intensivering van het kolonisatiebeleid op de Westelijke Jordaanoever. Die opzet is gelukt.

Is Gaza nu ter vrije beschikking van de Palestijnen? Is het met het vertrek van de kolonisten en van het leger uit Gaza de bezetting van dat gebied beëindigd? Zeker niet. Gaza is aan alle landzijden omheind en het Israëlische leger bewaakt de grenzen ervan, terwijl de Israëlische marine patrouilleert langs de kust. Er zijn maar enkele grensovergangen en die worden om de haverklap gesloten. Niet alleen voor personen is het moeilijk Gaza te verlaten of er terug te keren. Ook het goederenvervoer, inkomend en uitgaand, wordt ernstig belemmerd. De luchtmacht van Israël doorkruist het luchtruim van Gaza naar believen, het leger valt Gaza bij tijd en wijle binnen. Rechtens gesproken is de Gazastrook nog altijd bezet gebied. In feite is Gaza een openlucht gevangenis voor 1,5 miljoen dicht opeen gepakte Palestijnen, die daar in uiterst erbarmelijke omstandigheden moeten zien te overleven.

Tijdens het overleg dat president Clinton in de zomer van 2000 arrangeerde in Camp David met premier Barak van Israël en de Palestijnse leider Arafat heeft de laatste een genereus aanbod van Barak van de hand gewezen. Willen de Palestijnen wel vrede?
De Israëlische propaganda-machinerie heeft het verhaal van het zogenaamd genereuze aanbod in de wereld gebracht en zeer velen in het westen zijn dit gaan geloven. Wat er in Camp David werkelijk is gebeurd, staat beschreven in een artikel van Robert Malley, die als naaste adviseur van Clinton alle besprekingen heeft bijgewoond.

Geen van de voorstellen is ooit op schrift gesteld. Wat Barak uiteindelijk aan Arafat aanbood was een voorstel met zo ernstige gebreken dat de Palestijnse onderhandelaar daarmee met geen mogelijkheid kon thuis komen. Om twee hoofdpunten te noemen: de Westoever zou niet worden teruggegeven als een aaneengesloten gebied, maar zou doorsneden blijven (en dus in moten gehakt) door patrouillewegen voor het Israëlische leger. En over de terugkeer van vluchtelingen (voor het Palestijnse volk een kernkwestie) of desnoods een financiële tegemoetkoming bevatte het voorstel van Barak geen woord.

Waarom zijn in juni 2007 de Palestijnen onderling slaags geraakt? Wat te denken van Hamas?
In januari 2006 zijn op aandrang van het westen in de bezette gebieden verkiezingen gehouden voor een Palestijns parlement. Hamas heeft aan die verkiezingen deel genomen. Internationale waarnemers hebben het verloop ervan correct en fair genoemd. Tot verbijstering van menigeen in het westen kwam Hamas als winnaar uit de bus. Het gemor in de kringen van Fatah, de partij die tot dan toe steeds de overhand had gehad, was tot ver buiten Palestina te horen.

Amerika en Israël verklaarde aanstonds - en de Europese Unie ging daarin mee -
dat zij met Hamas geen enkele communicatie wensten, tenzij deze partij a) de staat Israël zou erkennen, b) alle geweld zou afzweren en c) zou uitspreken zich gebonden te achten aan eerder tussen Israël en de Palestijnen gesloten akkoorden. Aan de bezetter Israël werd geen enkele voorwaarde gesteld. Een reeks van eisen opleggen aan een bezet volk, geen enkele eis daarentegen aan de bezetter (die zich bovendien jarenlang had vergrepen en bleef vergrijpen aan het internationale recht), dat is nog nooit in de geschiedenis gebeurd.

Hamas heeft geprobeerd samen met Fatah een regering van nationale eenheid te vormen maar daaraan wilde Fatah niet meedoen. Door toedoen van de koning van Saoedi-Arabië kwam zo’n regering in maart 2007 toch tot stand. Intussen had Hamas aan Israël een langdurige wapenstilstand aangeboden en daaraan hield de partij zich. De splintergroepering Islamitische Jihad achtte zich echter niet gebonden aan dat aanbod en bleef projectielen afvuren vanuit Gaza op Sderot en omgeving in Israël. Gelukkig is het aantal slachtoffers van deze acties gering gebleven. Bij Israëlische vergeldingsacties zijn intussen tientallen Palestijnen gedood.

In juni 2007 brak de coalitie tussen de grote Palestijnse partijen doordat Hamas in Gaza de Fatah milities met geweld verjoeg en hun bases daar verwoestte. In Ramallah op de Westoever ontsloeg president Abbas (Fatah) daarop de eenheidsregering en verving die door een kabinet zonder Hamas. Het parlement kon daartegen niet opponeren, aangezien tientallen parlementariërs van de Hamas meerderheid allang tevoren door het Israëlische leger waren opgepakt en gevangen gezet!

Intussen is duidelijk geworden dat van Amerikaanse en Israëlische zijde van allerlei is ondernomen om de spanning tussen Hamas en Fatah te laten escaleren tot een botsing. Er kwamen financiële middelen beschikbaar om Fatah milities op te krikken en er werden zelfs wapenleveranties aan Fatah beraamd. Onlangs is er een rapport uitgelekt, geschreven door de persoonlijke afgezant van de VN Secretaris-Generaal in het Midden-Oosten. Dit rapport is zeer onthullend, ook over de methoden die de VS hebben gebruikt om een confrontatie teweeg te brengen tussen Hamas en Fatah.

Onder de oppermacht van Israël zijn er nu twee Palestijnse “regeringen”: een van Hamas in Gaza en een van Fatah op de Westoever. In het totaal geïsoleerde Gaza voltrekt zich thans een humanitaire ramp. Op de Westoever treedt voor de bevolking enige verbetering in, doordat de buitenlandse hulpverlening daar is hervat.

In het westen staat Hamas te boek als een terroristische organisatie. Inderdaad heeft deze groepering de hand gehad in een aantal verfoeilijke gewelddaden tegen Israëlische burgers. Maar ook aan Fatah gelieerde milities hebben zich in het verleden daaraan schuldig gemaakt.

Hamas is in 1987 opgericht en heeft onder de Palestijnen een groeiende aanhang gekregen. Een van de oorzaken daarvan is de woede bij de bevolking over de corruptie en vriendjespolitiek binnen de leidende kringen van Fatah. Een andere is dat Hamas zich verdienstelijk heeft gemaakt door het organiseren van hulpverlening ten dienste van de bevolking. Heel belangrijk is ook dat de Fatah leiders in de loop van de jaren geen enkel resultaat van belang hebben kunnen boeken in hun onderhandelingen met Israël. De frustratie daarover is hoog opgelopen.

Hoe alsnog vrede te bereiken?
Alleen de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat zou een rechtvaardige en daarom duurzame vrede kunnen voortbrengen. Amerika is bij machte dit te bewerkstelligen. Maar Europa kan daartoe een belangrijke bijdrage geven.

Europa behoort zich om twee redenen bijzonder te bekommeren om het lot van het Palestijnse volk. De ramp die zich sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog aan de Palestijnen voltrekt valt niet los te zien van de Holocaust, de grootste gruweldaad die zich ooit in de geschiedenis van de mensheid heeft voorgedaan. Deze gruweldaad is niet bedreven door Palestijnen, zij heeft in Europa plaats gehad. Het is schreeuwend onrechtvaardig dat wij de Palestijnen daarvoor de prijs laten betalen.

Bovendien zijn het Europese mogendheden geweest, met name Groot-Brittannië en Frankrijk, die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog het Ottomaanse Rijk onder elkaar hebben verkaveld. De Britten hebben toen Palestina in beheer genomen. Zij hebben, in 1917 al, beloofd in dat gebied de totstandkoming van een ' Joods Nationaal tehuis' te bevorderen. Maar ze hebben gefaald om dat proces, mede in samenspraak met de inheemse bevolking, in goede banen te leiden naar een rechtvaardige oplossing.

Als Europeaan schaam ik mij ervoor dat wij als EU landen feitelijk aan Israël de vrije teugel laten, ons steeds maar verschuilend achter de supermacht aan de overzijde van de Atlantische Oceaan.